Het hotel

Weten jullie nog? Ik zou gaan schrijven. We spraken een eerste thema af (‘vakantie’) en een richtlijn voor het aantal woorden (700).
Inmiddels is de eerste bijeenkomst geweest, hebben J. en W. mijn werk becommentarieerd en heb ik mijn tekst nog wat herschreven. Ik vind hem klaar voor publicatie, hoewel ik natuurlijk nog honderdduizend verbeterpunten kan bedenken. Ik wil echter geen lafbek zijn, dus hier komt ‘ie:

Het hotel

Het zou niet al te ver rijden zijn van Helsingør naar de laatste tussenstop in Noord-Duitsland. Maar direct na de Deens-Duitse grens belandden we in de moeder aller files en stonden we tergend lang stil. Mensen lieten hun honden en kinderen uit langs de snelweg, oma’s werden geholpen bij het plassen in de berm. Zo’n file was het.

Moe en chagrijnig kwamen we uiteindelijk tegen de avond aan bij een hotel in een dorpje waarvan de naam het onthouden niet waard was. Het had een mooi meertje, dat wel.

Eenmaal binnen dook er van achter de balie een stevige vrouw op, zo’n vrouw die in Beieren prima tien literpullen op haar boezem door een Oktoberfesthalle kan sjouwen, zeg maar. Maar er was nog iets, iets wat ik niet meteen thuis kon brengen, iets waar ik een tweede keer voor moest kijken, maar dan wel op zo’n manier dat het niet meteen opvalt. En toen ik dat deed, was het onmiskenbaar en onontkoombaar: deze vrouw had een baard. Geen volle hipsterbaard, maar toch zeker meer dan een paar kinhaartjes. Het was afstotelijk en fascinerend tegelijk. Ik stamelde me door de aanmelding heen, ondertussen steeds proberend niet te kijken, maar wel te verifiëren of ik het goed gezien had. Dat had ik.

Ze nam er nogal de tijd voor en moest ook nog eens uitleggen waarom ik eerst m’n ziel in viervoud aan de duivel moest verkopen voordat ik gebruik kon maken van de Wi-Fi.
“Und das ist nur für einem gerät, wenn sie sonst mehr möchten dan moet u vijf euro bijbetalen en nog zevenendertig formulieren invullen. Tja, soms zijn er families die met hun kinderen komen en die jongelui moeten dan allemaal zo nodig met hun telefoon en op het internet kunnen, maar dat is natuurlijk belachelijk duur und völlig Wahnsinn.”
Ik knikte en glimlachte en dacht aan de twee telefoons en de iPad die we bij ons hadden.
“Ja, nee, die Jugendlichen heutzutage ook hè.”
Ik had me erbij neergelegd dat het een hotel was uit een slecht geschreven boek. En toevallig was ik dat verhaal in gereden.

’s Avonds bleken de bedden slecht, had ik het bloedheet en viel ik maar niet in slaap. De momenten waarop dat wel kort lukte, droomde ik zeer verontrustend dat ik zelf een baard had. Het was denk ik net na middernacht toen ik wakker werd van een vreemde muziek die van over het meer leek te komen. Het klonk mooi, maar ook wel wat onheilspellend. Het had een hoog Mike Oldfield-gehalte, maar zonder de Bassie en Adriaan-vibe. En omdat ik toch niet echt lekker lag, besloot ik naar buiten te gaan.

Het hotel werd slechts door een weggetje van het meer gescheiden. Dus toen ik de voordeur uitliep, zag ik meteen de feestlichtjes tussen de bomen die het meer omringden. Ik liep een stukje langs het meer en zag iets verderop de vrouw met de baard dansen met het overige hotelpersoneel. De meisjes uit de bediening, de kok uit het restaurant, ik herkende ze allemaal van een paar uur geleden. Tussen het personeel zweefden ook boselfjes, die ik dus voor lichtjes had aangezien. Ook waren er kobolden die, aangevoerd door een gnoom, de bosgrond aan het omploegen waren. Het zag er sinister uit, de kobolden groeven met een verbetenheid die weinig goeds kon betekenen. Waar ze naar groeven (of wat ze begroeven?) werd me niet duidelijk, maar dat ik hier niet op m’n plaats was, had ik al vrij snel door. Ik leek de controle over m’n brein kwijt te zijn en dat terwijl ik net twee weken vakantie had gehad. Ik moest hier weg.

De volgende ochtend werd ik alweer vroeg wakker, we gingen naar huis. Net iets te moe van m’n slechte nacht op het doorgezakte bed in de te warme kamer met m’n verwarrende droom, strompelde ik naar de douche en lapte ik mezelf ver genoeg op om naar huis te rijden.

Bij de balie bleek de vrouw verdwenen. Haar plaats was ingenomen door een kabouterachtig klein, gebocheld mannetje, met kromme vingers en rouwrandjes onder z’n nagels. Alsof ‘ie die in de aarde had lopen wroeten. Het was de droomgnoom. Ik was nog nooit zo blij dat er een einde aan de vakantie kwam.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s