Naar goede traditie: een boekenlijst

Het werd weer eens tijd om deze site onder het stof vandaan te trekken (binnenkort meer!) en gelukkig is het precies het moment voor mijn jaarlijkse boekenlijst. Vorig jaar was het aantal gelezen boeken nogal teleurstellend, dus ik heb me dit jaar een schop onder mijn kont gegeven en ben ik vaker gaan lezen. Het doel van 45 boeken (dit kalenderjaar) dat ik mezelf op Goodreads heb gesteld helpt daar ook best wel bij. Enfin, tijd om de boel op een rijtje te zetten.

  • De levens van Jan Six – Geert Mak +
  • Ondijk / Punt – Barry Smit + (Ondijk) +/- (Punt)
  • 51 mythes over wat goed zou zijn voor de economie – Mirjam de Rijk+
  • Herinneringen in aluminiumfolie – Jamal Ouariachi +
  • De ondergrondse spoorweg – Colson Whitehead +/-
  • Daar komen de vliegen – David Pefko +
  • The curious incident of the dog in the night-time – Mark Haddon (E) ++
  • Je hebt het niet van mij, maar… – Joris Luyendijk +
  • Mark Rutte is lesbisch – Raoul Heertje +
  • Problemski hotel – Dimitri Verhulst +
  • Dolle mythes – Linda Duits +/-
  • Utopia – Thomas More ++
  • De Stamhouder – Alexander Münninghoff +
  • Schloβ Gripsholm – Kurt Tucholsky (D) +/-
  • Het Rosie Project – Graeme Simsion +/-
  • De eeuwige jachtvelden – Nanne Tepper +
  • Het tegenovergestelde van een mens – Lieke Marsman +
  • Kleine landjes – Jelle Brandt Corstius +
  • Wij zeggen hier niet halfbroer – Henk van Straten +
  • Sproetenliefde – Maren Stoffels –
  • HhhH – Laurens Binet –
  • Hitlers kanarie – Sandi Toksvig ++
  • Herinnering aan mijn droeve hoeren – Gabriel García Marquez +
  • Muidhond – Inge Schilperoord +
  • Echte mannen eten geen kaas – Maria Mosterd –(—)
  • De zaak 40/61 – Harry Mulisch +
  • Beatrijs – anoniem +
  • De Kick – Helen Vreeswijk –
  • Malva – Hagar Peeters +
  • Gaten – Louis Sachar –
  • En we noemen hem – Marjolijn van Heemstra +/-
  • Voetballen of vechten – Herman van Campenhout +/-
  • Het lijden van de jonge Werther – Johann Wolfgang von Goethe –
  • Stella A-Z – Johan van Zonnenberg —
  • Wees onzichtbaar – Murat Isik +
  • De consequenties – Niña Weijers +
  • Januskop – Johan Zonnenberg –(—)
  • Notes on nationalism – George Orwell (E) +
  • De avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld +
  • Concept M – Aafke Romeijn +/-
  • Berichten uit het tussenhuisje – Henk van Straten +/-
  • Orewoet – Emy Koopman +/-
  • Underdog – Elfie Tromp +
  • Odysseus, een man van verhalen – Imme Dros +/-
  • Ooggetuigen van de Middeleeuwen – diverse auteurs +
  • Borealis – Marloes Morshuis +
  • Orgelman, Felix Nussbaum. Een schildersleven – Marc Schaevers –
  • Met mij gaat alles goed – Jan Simoen +
  • Onder de Paramariboom – Johan Fretz +
  • Autumn – Ali Smith (E) +/-
  • Als het zaterdag wordt – Nicci French –

Goeie comeback, met deze 51 boeken! Daar zitten natuurlijk wel een paar smokkelboeken tussen (zoals Notes on Nationalism, dat eigenlijk een essay is, of Beatrijs, dat je echt in een half uurtje gelezen hebt), maar toch ben ik wel tevreden.
Het is opvallend dat de twee boeken met de hoogste waardering (++) beide jeugdboeken zijn. Ik heb ook een hoop prut langs zien komen dit jaar, maar over het algemeen kan ik jullie van harte aanbevelen af en toe eens een jeugdboek ter hand te nemen, die zijn soms in al hun eenvoud nogal mind blowing.

Het streven voor komend jaar? Meer dan 52 boeken, meer boeken in het Engels en Duits, meer klassiekers. Over een jaar mogen jullie meekijken of dat gelukt is.

Collectieve rouw – ik leg het nog één keer uit…

Ooit schreef ik al over mijn moeite met collectieve rouw. Na de gebeurtenissen van de afgelopen weken rond Anne Faber, speelt het ongemakkelijke gevoel dat ik daarin beschreef weer in alle hevigheid op.
Op Facebook waagde ik het een prikkelende boodschap te plaatsen en dat leidde tot een hoop discussie en commotie. Mijn post kwam erop neer dat ik het zo wonderbaarlijk vond dat iedereen ineens deed alsof ze Anne persoonlijk hadden gekend. Dat viel niet bij iedereen in goede aarde.

Ik wil hier graag nog één keer uitleggen waarom ik moeite heb met deze collectieve en haast virale uitingen van medeleven. Ik heb daar drie punten bij, maar eerst wil ik wat toelichten, anders denken jullie straks nog dat ik een ongevoelige hond ben en dat is geenszins het geval.

Kortom, laat ik voorop stellen dat er niks mis is met het uiten van je emoties en gevoelens. Het is begrijpelijk dat je je op enige wijze geraakt voelt door wat er gebeurd is: het maakt je angstig omdat je zelf ook vaak alleen fietst; het maakt je boos omdat je vindt dat het rechtssysteem en de GGZ gefaald hebben of het maakt je verdrietig omdat het je doet denken aan iemand uit je eigen omgeving die overleden is. Kan allemaal, mag allemaal (sowieso is het niet aan mij om hier wie dan ook in te veroordelen), moet je vooral doen. Maar denk eerst even na over je motieven en beweegredenen en bepaal daarna of het wel zo’n goed idee is om foto’s, gedichtjes en kaarsjes te plaatsen alsof jou persoonlijk iemand ontvallen is.

Ten eerste kun je je afvragen, zoals ik hierboven eigenlijk ook al stel, of je niet je eigen emoties, die heel ergens anders vandaan komen, aan het projecteren bent op deze zaak. Natuurlijk vind je het erg wat er, in dit geval met Anne, gebeurd is. Mocht je het niet erg vinden en kun je je niet verplaatsen in het gemis van de familie, dan scoor je tamelijk hoog op psychopathie, me dunkt. Het is echter niet zo dat je verdriet voelt om het gemis van Anne. Dat kan helemaal niet, want je kende haar niet, dus kun je haar ook niet missen.
Ik noemde eerder al enkele voorbeelden van emoties die je bij deze zaak zou kunnen voelen. Je kunt extra angstig worden, omdat je je realiseert dat het jou (of iemand dicht bij jou) ook zou kunnen overkomen. Dat gevoel wordt natuurlijk versterkt doordat het ‘zo’n gewone, jonge meid’ was, die nog een selfie stuurde naar haar vriend en door bossen fietste waar jij zelf misschien ook wel eens fietst. Mijn licht cynische ik zou daar tegenin willen brengen dat het enigszins naïef is om je alleen bij gebeurtenissen dichtbij te realiseren dat het op de wereld wemelt van de gestoorde klootzakken, maar goed, als het jullie helpt om daar niet dagelijks bij stil te staan, dan lijkt me dat een verdedigbare keuze.
Mocht angst je eerste emotie zijn, schrijf dan iets over dat je bang bent, prima, maar doe niet alsof je Anne gekend hebt en verdriet om háár hebt.
Je kunt boos worden op de mensen en het systeem die het mogelijk maakten dat deze klootzak zich gewoon vrij mocht bewegen. Daar is het laatste woord vast nog niet over gesproken, dus een aanklacht richting justitie en politiek zou op zijn plaats zijn.
Mocht woede je eerste emotie zijn, schrijf dan iets over dat je kwaad bent, prima, maar doe niet alsof je Anne gekend hebt en verdriet om háár hebt.
Je kunt verdrietig zijn omdat je je het gemis van de familie voor kunt stellen, bijvoorbeeld omdat er iemand uit jouw naaste omgeving ook is overleden. Realiseer je dan alleen wel dat het verdriet dat je voelt betrekking heeft op jouw eigen gemis van die persoon en bedenk eventueel waardoor het komt dat dit verdriet zo makkelijk opgerakeld wordt (of niet, ik ben geen psycholoog).
Mocht verdriet je eerste emotie zijn, schrijf dan iets over waar je om rouwt, prima, maar doe niet alsof je Anne gekend hebt en verdriet om háár hebt.

Goed, tot zover de oprechte, maar misplaatste emoties. Ten tweede wil ik het hebben over de toe-eigening van het verdriet van de familie. Dat ligt in het verlengde van mijn punten hierboven.
Verdriet is particulier en persoonlijk. Ieders verdriet is anders en iedereen beleeft dat anders. Maar dat het verdriet van de familie van Anne vele malen groter is dan dat van wie dan ook daarbuiten, lijkt me evident. Het heeft iets raars om te doen alsof jouw verdriet (of andere emotie, dat heb ik dus net uitgelegd) net zo aanwezig en heftig is als dat van haar naasten. Door jouw eigen verdriet te verbinden aan deze kwestie, maak je, in mijn ogen althans, het verdriet van de familie minder belangrijk.
Enkelen van jullie zullen nu zeggen dat de familie wellicht steun ervaart en moed put uit alle berichten van troost. Dat zou kunnen, ik kan niet in hun hoofden kijken. Wat ik echter wel weet, is dat ik, toen mijn moeder overleed, werkelijk niks kon met het verdriet van anderen. Hun gemis is niet hetzelfde, hun rouw is minder heftig en een groot deel van de emoties die erbij komen kijken zijn, bot gezegd, tweedehands. Ze waren er al, om allerlei zeer relevante andere zaken, maar ze horen niet bij dit ene specifieke geval. Daarbij kwam ook nog eens dat ik zelf sterk het gevoel had dat mensen die zeiden mij te willen troosten vooral troost bij mij kwamen halen, maar dat mag ik hier niet veralgemeniseren.

Ten slotte, en misschien is dat wel het punt waardoor veel mensen zich onbewust aangevallen voelden door mijn post, heeft het hele proces van het plaatsen (of kopiëren) van obligate boodschappen van rouw (denk daarbij ook aan de aangepaste profielfoto’s met vlaggen na een aanslag) voor mij steeds opnieuw een viezige bijsmaak van ‘kijk mij eens deugen, kijk mij het eens ook heel erg vinden.’ Dat komt denk ik vooral doordat we op een gegeven moment steeds dezelfde plaatjes en gedichtjes langs zien komen, waardoor ik het moeilijk te geloven vind dat je uiting geeft aan je eigen gevoel. Ik stelde in het begin al dat we er met z’n allen vanuit mogen gaan dat we dit heel erg vinden. Vind je het niet erg, dan is er op z’n minst iets mis met je inlevingsvermogen. Maar omdat dat voor zich spreekt, vervalt de noodzaak van het melden in mijn ogen een beetje. Het wordt pas interessant als mensen gaan melden dat het hen niks doet (of als ze zeggen dat het ook haar eigen schuld was, had ze maar niet in haar eentje moeten gaan fietsen; of als ze anderen eenzelfde dood toewensen – geloof me, dit gebeurt). En met ‘interessant’ bedoel ik dat we als de sodemieter politie en psychiaters op deze mensen af moeten sturen.

Goed, ik heb dus moeite met collectieve uitingen van rouw en ik denk dat ik daar gegronde redenen voor heb. Ik heb nooit willen zeggen dat mensen hier niks bij zouden moeten voelen en ik heb zeker geen mensen willen veroordelen die hier anders in staan dan ik. Maar ik acht het van belang dat we met z’n allen iets harder nadenken over onze beweegredenen, omdat we dan veel meer tot de kern van de zaak komen en we ons niet mee laten slepen in de leegheid van de obligate reacties. De reacties die overblijven, zijn daarmee meteen van een veel grotere waarde.

 

Maarten ’t Hart en zijn moeite met de metafoor

Op dit moment lees ik ‘De ondergrondse spoorweg’ van Colson Whitehead en toevalligerwijs stuitte ik vandaag op een filmpje waarin Maarten ’t Hart dit boek becommentarieert. Ik heb nogal wat commentaar op zijn mening, dus wil ik jullie eerst laten horen wat hij erover zegt:

Zijn eerste kritiekpunt is niet helemaal ongegrond. Ik vond het verhaal de eerste pagina’s erg rommelig en een van de oorzaken daarvan is inderdaad dat de personages niet heel helder uitgewerkt zijn en een eigen stem ontberen. Bijpersonages worden soms ineens heel uitgebreid opgevoerd om daarna heel snel weer te verdwijnen en nooit meer terug te keren en wat hoofdpersoon Cora nu precies beweegt, blijft ook lang onduidelijk. Het kan zijn dat het ritme en de cadans van het origineel niet helemaal overkomen in vertaling, het kan zijn dat de schrijver deze techniek niet zo goed beheerst en het kan ook nog zijn dat het een onderbouwde keuze is. Je kunt immers stellen dat de slaven destijds door hun eigenaren niet als individu gezien werden en dat de persoonlijke stem er niet per se toe doet. Je zou ook nog kunnen betogen dat het verhaal van de ene slaaf in principe ook dat van de andere is, omdat het uiteindelijk om het verderfelijke systeem gaat. Als deze laatste punten de drijfveren waren van de auteur om het verhaal te schrijven zoals hij deed, dan kan ik daar inkomen. Dat het wellicht niet helemaal lezersvriendelijk uitpakt, is een mening die ik met ’t Hart deel.

Na dit punt raakt ‘t Hart het echter een beetje kwijt. Hij vindt dat het boek wel erg veel geweld bevat en dat kan toch niet waar zijn! Immers, zo stelt hij, slaven waren bezit en met bezit ga je voorzichtig om. Ik ben geen historicus, maar het lijkt me toch wel dat de gruwelijkheden op de diverse plantages afdoende zijn aangetoond om te kunnen stellen dat de schrijver hier weinig tot geen overdrijving toepast. Zweepslagen, ‘de bok’, verkrachting: het zijn elementen die haast vanzelf in mij naar boven komen als ik aan slavernij denk. Het is raar om te stellen dat Whitehead dit overdrijft.
Daarnaast hoeven we het nieuws van de afgelopen week er maar bij te halen om aan te tonen dat het argument dat mensen voorzichtig omspringen met bezit lang niet altijd opgaat: hoeveel varkens waren er ook alweer verbrand in Erichem? En ja, ik denk dat de stelling dat de plantage-eigenaren hun slaven zagen zoals de veeboeren naar hun varkens kijken niet al te gewaagd is. You win some, you lose some, en alles voor de megawinst. Een Afrikaanse slaaf stond destijds echt niet veel hoger in de rangorde dan de veestapel.

Ten slotte valt ’t Hart over het feit dat de door Whitehead letterlijk in het leven geroepen ondergrondse spoorweg natuurlijk nooit heeft kunnen bestaan. Nee, Maarten, dat klopt, dat noemen we ook wel ‘fictie’, ‘fantasie’ en de ‘vrijheid van de auteur’. ’t Hart erkent dat het een metafoor is, maar noemt hem niet geslaagd. Aangezien het illegale ontsnappingscircuit wel degelijk zo genoemd werd, is het in mijn ogen juist een enorm geslaagde metafoor.
Misschien is dit nog wel het meest onzinnige kritiekpunt dat ’t Hart heeft: want sinds wanneer moet alles in de literatuur waargebeurd kunnen zijn? Het is begrijpelijk dat ’t Hart sinds hij van z’n geloof viel wat moeite heeft met parabels en metaforen, maar anderzijds zou hij ze ook als geen ander moeten herkennen. Of zou hij denken dat in Colombia echt alle mannen dezelfde naam hebben, zoals García Márquez ons wil doen geloven in zijn ‘Honderd jaar eenzaamheid’? Of dat Joe Speedboot echt door een muur knalde met z’n vrachtwagen? Of wacht, het zal toch niet waar zijn dat Odysseus niet daadwerkelijk met allerlei zeemonsters en een cycloop vocht? Alsof een op een mens gelijkende zeekoe op sterk water zo lekker geloofwaardig is, Maarten!
’t Hart ontkent met dit argument in principe het bestaan en de functie van de (wereld)literatuur en dat is een beetje vreemd, want dat is toch een traditie waarin hij zelf ook wenst te staan.

Kortom, Maarten ’t Hart diskwalificeert zichzelf in dit filmpje volledig als literatuurcriticus en over slavernij kan hij maar beter helemaal niks meer zeggen.

Wat? Alweer een boekenlijst?

Het is inmiddels een traditie: mijn lijst van gelezen boeken aan het einde van het schooljaar. Ieder jaar vrees ik dat het er substantieel minder zullen zijn dan het vorige jaar, ieder jaar blijkt dat mee te vallen. Dit jaar vrees ik echter écht het ergste. Maar goed, we zullen zien. Mijn Twitter-account @JufLeest is weer de bron van informatie, het trouw bijhouden daarvan is me in ieder geval gelukt:

  • De Hydrograaf – Allard Schröder + (herlezing – per ongeluk)
  • Onze oom – Arnon Grunberg +/-
  • Magnus – Arjen Lubach ++ (herlezing)
  • Ivanov – Hanna Bervoets ++
  • Madicken – Astrid Lindgren (S) ++
  • Maan en zon – Stefan Brijs +
  • Stad van goud – Tjeerd Posthuma +
  • Nooit meer slapen – W.F. Hermans ++
  • Dorst – Esther Gerritsen +
  • De man die alles achterliet – Tanya Commandeur +/-
  • Alleen met de goden – Alex Boogers +
  • Dubbelspel – Frank Marinus Arion + (herlezing)
  • Ostfriesengrab – Klaus-Peter Wolf (D) +/-
  • De dagen van de bluegrassliefde – Edward v.d. Vendel + (herlezing)
  • Monte Carlo – Peter Terrin +
  • Zuiverheid – Jonathan Franzen +/-
  • Lefbek – Anke Laterveer +
  • Mensen zonder uitstraling – Jente Posthuma +/-
  • Lieve – Ronald Giphart +
  • Avenue of mysteries – John Irving (E) — (niet uitgelezen)
  • Wie heeft er wél een boek bij zich? – Johan Goossens +
  • De Onervarenen – Joke van Leeuwen +
  • Gedichten van @debroervanroos – Tim Hofman +
  • Alles wat er was – Hanna Bervoets +
  • De man die zichzelf in Auschwitz liet opsluiten – Pascal Vanenburg +
  • Billie & Seb – Ivo Victoria +/-
  • De komst van Joachim Stiller – Hubert Lampo +/-
  • Harry Potter en het vervloekte kind – J.K. Rowling –
  • De Metsiers – Hugo Claus +
  • Thomas Dekker – Mijn gevecht – Thijs Zonneveld +
  • De Bekeerlinge – Stefan Hertman +
  • Kinderen van het Ruige Land – Auke Hulst +/-

Goed, ik las dus maar 32 boeken dit jaar en dat is wel ernstig weinig (of nou ja, ik heb nog twee weken, dus ik kan de score nog een beetje opschroeven), daar moet ik wat aan gaan doen. Daarnaast herlas ik verhoudingsgewijs vrij veel én ik las een boek niet uit (Avenue of mysteries ligt wel nog steeds op m’n nachtkastje, dus wie weet komt het er nog van). Het was geen topjaar qua boeken, kunnen we constateren. Ik ga m’n best doen er geen trend van te maken die langzaam doorzet. Beloofd.

 

Het uit de hand gelopen gedachte-experiment van Van der Meer

Nog niet zo heel lang geleden werd ik op Twitter uitgemaakt voor ‘hyperfeminist’. Ik weet nog steeds niet zo goed of ik dit als geuzennaam moet zien of als een belediging, maar neem het in ieder geval mee in uw overwegingen als u onderstaande leest.

Ik heb me nogal opgewonden over twee artikelen die dit weekend in twee van onze kwaliteitskranten verschenen. Het eerste was een interview in Trouw met Peter Lloyd, waarin hij beweert dat ‘echte gelijkheid de grootste nachtmerrie is van feministen’. Hij schreef een ‘even ludieke als serieuze overlevingsgids voor de moderne man’ en mag op basis daarvan een paar rare dingen zeggen over de achterstelling van mannen in de huidige maatschappij. Lees het anders zelf maar even, u zult lachen.

Maar toen las ik in De Volkskrant het stuk ter introductie van het nieuwe boek van Myrthe van der Meer, over het ‘aanschaffen en houden van een man’, waarin de man vergeleken wordt met een, ik durf het nauwelijks neer te typen, huisdier. Leest u dit vooral ook even, maar beperkt u tot de inleiding, dan weet u genoeg. Ik las de rest van het artikel voor u en ik wil u graag de blaartrekkende humorloosheid verder besparen.

Van der Meer laat met één artikel zien dat Lloyd eigenlijk best een punt heeft en doet daarmee, wat mij betreft, jaren van ‘strijd’ teniet en diskwalificeert zich voor iedere eventuele serieuze opinie ten aanzien van het feminisme. Ik wind me bovenmatig op als vrouwen neergezet worden als domme gansjes, maar ik heb ook nauwelijks maaginhoud genoeg om me door een stuk heen te braken dat de man neerzet als sullige hond. En wat is precies het verschil? Waarom zou het een wel gerechtvaardigd zijn en het andere niet?

Natuurlijk kun je stellen dat mannen vooralsnog in een wat gunstiger machtspositie zitten en dat het altijd beter is om naar boven dan naar beneden te trappen, maar laten we wel wezen: dat is wel een heel slappe verantwoording.

Het stuk van Van der Meer is aanmatigend voor zowel de weldenkende man als vrouw en het was wijs geweest als ze het bij een gedachte-experimentje had gehouden. Gewoon gezellig kletsend met haar vriendinnen, bij een wijntje op een terrasje. Want zo doen vrouwen dat. Toch?

Alweer een jaar boeken

Vorig jaar constateerde ik een neergaande lijn in het aantal boeken dat ik in een jaar tijd las. Ik vrees dat het er dit jaar niet beter op is geworden (maar ik tel zo meteen pas – je mag meetellen). In ieder geval hield ik via @JufLeest wel trouw bij wat ik dan las en wat ik ervan vond. Hieronder vind je het overzicht van het jaar 2015-2016:

  • Selbstporträt mit Flusspferd – Arno Geiger (D) +/-
  • Zelfs Christus aan het kruis had het beter dan ik thuis – Hans Dorrestijn +
  • Efter – Hanna Bervoets ++
  • De belofte van Pisa – Mano Bouzamour +/-
  • Vallende kwartjes – Ionica Smeets en Bas Haring +
  • Boek (265 blz.) – Robert van Eijden +
  • Het schervengericht – A.F.Th. van der Heijden +/-
  • Specht en zoon – Willem-Jan Otten +
  • El Negro en ik – Frank Westerman +/-
  • Slaap zacht, Johnny Idaho – Auke Hulst +
  • Rituelen – Cees Nooteboom  ++
  • Moet kunnen – Herman Pleij –
  • De kip die over de soep vloog – Frans Pointl +
  • La Superba – Ilja Leonard Pfeijffer +
  • The Catcher in The Rye – J.D. Salinger (E) +
  • Begeerte heeft ons aangeraakt – Bert Natter +
  • Een honger – Jamal Ouariachi ++
  • Goldberg – Bert Natter +
  • Bloedboek – Dimitri Verhulst ++
  • De gevleugelde – Arthur Japin +
  • Bidden en vallen – Henk van Straten +
  • Neem een geit – Claudia de Breij +
  • Spek en bonen – Tom Lanoye +
  • Mismatch – Ronald Giphart en Mark van Vugt +
  • Vertraging – Tim Krabbé –
  • De tranen van Kuif den Dolder – Nico Dijkshoorn +
  • Robinson – Doeschka Meijsing –
  • Birk – Jaap Robben ++
  • Dagen van gras – Philip Huff +
  • J. Kessels, the novel – P.F. Thomése +/-
  • Marathonloper – Abdelkader Benali +/-
  • Bor – Joris Moens +/-
  • Broer – Esther Gerritsen +
  • Zink – David Van Reybrouck +
  • As in tas – Jelle Brandt Corstius ++
  • 6 tot 8 zwarte mannen en andere Sinterklaas- en kerstverhalen – David Sedaris ++
  • Ik mooi praten – David Sedaris ++
  • Baltische zielen – Jan Brokken +
  • Er moet iets gebeuren – Maartje Wortel ++
  • Mijn meneer – Ted van Lieshout +
  • Teheran, een zwanenzang – F. Springer ++
  • Het psalmenoproer – Maarten ’t Hart +
  • Cinderella – Michael Bijnens +

Op dit moment ben ik net begonnen in De hydrograaf van Allard Schröder. Ik kan er nog niet veel over zeggen, behalve dan dat het me tot nu toe bevalt.

Enfin, ik las dus 43 boeken. Dat is er één minder dan vorig jaar, dus dat valt geenszins tegen. Zeker als je bedenkt dat ik over een aantal boeken echt lang deed (neem bijvoorbeeld Het schervengericht, dat kostte me zes weken, geloof ik). Toch streef ik voor het komende jaar naar een boek per week. Gauw verder in De hydrograaf.

Wil je meer weten over mijn plussen en minnen? Ik geef graag een toelichting (ja, over boeken praten, leuk!), dus een reactie achterlaten mag altijd.

Wederom een jaar boeken

Vorig jaar rond deze tijd maakte ik een overzicht van alle boeken die ik het afgelopen jaar gelezen en vermeld had op mijn @JufLeest-Twitteraccount. Het leek mij wel leuk om dat over het afgelopen jaar gewoon nog een keer te doen. Dus bij dezen:

  • IJstijd – Maartje Wortel +/-
  • De Graanrepubliek – Frank Westerman +
  • Bėta voor alfa’s – Diederik Jekel +/-
  • De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje – Jonas Jonasson +/-
  • Geachte heer M. – Herman Koch +
  • Gelukkig zijn we machteloos – Ivo Victoria +/-
  • Publiek geheim – J. Bernlef +
  • Dieven van vuur – Ivo Victoria +
  • Rasmus Klump og måneraketten – onb. (DK)
  • Rasmus Klump oplever noget mærkelig – onb. (DK)
  • Butcher’s Crossing – John Williams ++
  • De laatste ontsnapping – Jan van Mersbergen ++
  • Het woud der verwachting – Hella Haasse +
  • Ostfriesenfeuer – Klaus-Peter Wolf (D) +/-
  • Vertrouwd voordelig – Peter Middendorp +
  • Geheime kamers – Jeroen Brouwers –
  • Brood voor de vogeltjes – Simon Carmiggelt ++
  • Lucifer – Connie Palmen +
  • Die dag aan zee- Peter van Gestel +/-
  • Die zomer – Wanda Reisel – –
  • Moenie kyk nie – Henk van Woerden +
  • Waarom drinken we zoveel koffie? – div. auteurs +/-
  • Latino King – Bibi Dumon Tak +/-
  • Rode sneeuw in december – Simone v.d. Vlugt +
  • Cel -Charles den Tex +/-
  • In stukjes – Marc-Marie Huijbregts +/-
  • Ik kom terug – Adriaan van Dis +
  • Iedereen kan schilderen – Emma Curvers +
  • Boek van de doden – Philip Huff +
  • Kom hier dat ik u kus – Griet Op de Beeck ++
  • Aan de rand van de wereld – Michael Pye +/-
  • De derde persoon – Thomas Heerma van Voss +
  • Clausewitz – Joost de Vries –
  • Grip – Stefan Enter +/-
  • Vele hemels boven de zevende – Griet Op de Beeck ++
  • Het leven uit een dag – A.F.Th. van der Heijden – –
  • De zomer houd je ook niet tegen – Dimitri Verhulst +
  • De mannen van Raan – Martine de Jong +
  • Harem – Ronald Giphart ++
  • Papegaai vloog over de IJssel – Kader Abdolah +/-
  • Poppy en Eddie en Manon – Herman Brusselmans –
  • Gaz- Tom Lanoye +
  • Jacoba, dochter van Holland – Simone v.d. Vlugt +
  • Alleen maar helden – Charles Lewinsky +

Ik ben nu bezig in Selbstporträt mit Flusspferd van Arno Geiger (D) en dat bevalt me ook prima, tot nu toe.

Wil je meer weten dan alleen mijn korte oordeel in plussen en minnen, laat het me weten.
Overigens las ik vorig jaar bijna tien boeken meer, ik moet duidelijk aan m’n gemiddelde gaan werken. Dus als jullie tips hebben, dan hoor ik ze graag!

Brief aan De Volkskrant – 2

Ik vond het tijd voor een knuppel in het hoenderhok en schreef onderstaande brief aan De Volkskrant. Ik weet nog niet of hij geplaatst wordt, maar zo niet, dan hebben jullie hem in ieder geval gelezen.

Hoewel ik erg voor opwaartse sociale mobiliteit ben en ik vind dat iedereen de kansen moet krijgen die hij verdient, ben ik het ook echt eens met Jet Bussemaker (Ten eerste, 6 juni): niet iedereen hoeft naar de universiteit. Ook niet iedereen met een vwo-diploma.
Waarom dat niet? Omdat er op het vwo heel veel leerlingen zitten die helemaal geen wetenschappelijke instelling en/of capaciteiten hebben en dus weliswaar voorbereidend wetenschappelijk onderwijs genieten, maar helemaal niet op hun plek zijn op een universiteit. Natuurlijk waren die er altijd al, maar het worden er steeds meer. Door Cito-training op de basisschool, en bijles en examenbegeleiding op de middelbare school, zijn steeds meer leerlingen in staat om een vwo-diploma te halen. Daar kun je ook weer van alles van vinden, maar dat is een kwestie die elders aangepakt moet worden. Dat niet al deze leerlingen naar de universiteit moeten willen, lijkt me evident. Er is niks mis met een hbo’er met een gedegen theoretische basis.

Beurtbalkjesoorlog

De wereld staat in brand, overal woedt oorlog. Daar lezen en twitteren we dagelijks over. Er zijn ook veel conflicten die gezellig doorwoekeren zonder dat we daarover horen. Hoe is het bijvoorbeeld met de burgeroorlog in de Centraal-Afrikaanse Republiek? Of de vijf(!) verschillende oorlogen in Congo? Blijkbaar is het stukken minder sexy om daarover te berichten dan over IS dat aan de poorten van Palmyra staat. Goed, er zijn dus veel onderbelichte conflicten en één daarvan wil ik graag onder jullie aandacht brengen: de beurtbalkjesoorlog!

Allereerst, voor de onwetenden onder jullie: een beurtbalkje is zo’n balkje dat je strategisch op de lopende band plaatst tussen jouw boodschappen en die van de anderen in de rij, opdat de caissièr(e) van dienst weet wanneer de betaalhandelingen verricht moeten worden.

Ook goed om te weten: in de beurtbalkjesoorlog zijn er twee duidelijk te onderscheiden kampen. Er zijn mensen die hun balkje netjes achter hun eigen boodschappen neerzetten en er zijn barbaarse ongelovigen die menen dat zij hun balkje vóór hun eigen boodschappen moeten plaatsen of, nog erger, die helemaal niks doen met beurtbalkjes.

De mensen uit het eerste kamp snappen dat het raar is om voor de boodschappen van een ander te moeten betalen en kondigen dus middels het beurtbalkje aan: “Hé, dit was het, je mag stoppen met scannen, ik ga nu mijn pinpas en Bonuskaart pakken en dan kunnen we overgaan tot de daadwerkelijke uitwisseling van geld voor goederen om zodoende de economie lekker draaiende te houden.” Wat het andere kamp precies denkt, is tot op heden hoogst onduidelijk. Polemologen vermoeden dat er voornamelijk een grote onverschilligheid aan ten grondslag ligt, maar dat hebben ze nog niet met zekerheid aan kunnen tonen.

Het lastige aan het conflict is dat het op zeer onvoorspelbare momenten ineens weer op kan laaien. Soms is er tijdenlang niets aan de hand en verloopt ieder bezoek aan de supermarkt vlekkeloos, maar dan ineens duiken er weer overal guerilla’s op die doodleuk hun boodschappen vanuit het karretje op de band zetten en daarna … niets doen! Inmiddels is gebleken dat de passief-agressieve strategie het beste werkt: heb je met een beurtbalkjesongelovige te maken, kun je het beste voor de volgende aanpak kiezen:

  • laat een kleine ruimte open tussen de boodschappen van je voorganger en die van jezelf, maar begin gewoon met het stapelen van de pakken melk, groentes, broden en wat je nog zoal meer in je karretje of mandje hebt liggen;
  • kijk dapper terug wanneer je voorganger je vragende blikken toezendt, maar ga gewoon door met het neerleggen van je boodschappen;
  • als je mandje of karretje leeg is, plaats je zeer demonstratief je beurtbalkje achter je eigen boodschappen – hierbij triomfantelijk kijken mag.

Nu kunnen er twee dingen gebeuren:

  • de beurtbalkjesbarbaar erkent zijn ongelijk en plaatst alsnog een eigen beurtbalkje achter zijn eigen boodschappen;
    óf
  • de verzetsdaad wordt niet op waarde geschat en de situatie escaleert.

In het eerste geval is wel het conflict ter plekke, maar niet de oorlog gewonnen. De ongelovige bekeert zich dan wel kortstondig tot het juiste beurtbalkjesgedrag, maar dat is louter situationeel en zijn intenties veranderen niet. In het tweede geval worden er cruciale slagen binnengehaald, want nu zal de beurtbalkjesheiden in gaan zien waarom zijn overtuiging onjuist is. De caissièr(e) zal namelijk gewoon doorgaan met het scannen van de boodschappen: vaak is de tussenruimte te klein om echt goed opgemerkt te worden en er zijn zelfs kassamedewerkers die zo lekker in hun scanritme zitten dat ze, ook als er wel een tamelijk grote kloof is, gewoon lekker doorgaan zolang ze geen obstakel van noemenswaardige betekenis tegenkomen. En dan komt er altijd een moment dat je voorganger zal zeggen: “Nee, dit is niet van mij hoor,” en dan komt jouw moment! Een blik volstaat vaak, maar je kunt de overwinning eventueel ook binnenslepen met een voldaan “Tja, balkje hè?”. In tijden van oorlog is zelfgenoegzaamheid toegestaan.

En mensen, echt, het is nodig dat we deze strijd aan blijven gaan, want balkjesweigergedrag moet uitgeroeid worden: het druist namelijk in tegen alle vormen van logica en dat kunnen we niet heel veel langer tolereren. Kortom, kom uit voor wie je bent en waar je voor staat en bind de strijd aan. Het is het waard en ik zal je in ieder geval dankbaar zijn.

Achterstallig onderhoud 1: Drenthe

Ergens in juni ging ik met vrienden een weekend naar een huisje in Drenthe. Ik maakte allerlei mooie foto’s, maar kwam er niet aan toe om daar iets mee te doen. Nu heb ik zes weken vakantie en dus geen enkel excuus om de boel niet even netjes bij te werken. Dat ga ik de komende tijd doen, te beginnen met Drenthe dus. Komt ‘ie!

Dit was ons onderkomen en daar pasten we prima met z’n twaalven in:

IMG_0896

Ik had me voorgenomen om een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan: het eten van een in wodka gedrenkte watermeloen. Dat project zag er mooi uit:

IMG_0897

maar mislukte jammerlijk, met stukjes meloen in de wodka, nauwelijks wodka in de meloen en schimmel all over.

We hadden een volleybalveldje naast het huis!

IMG_0903

IMG_0904

(Mijn rechterwijsvinger is nog steeds niet hersteld overigens).

We bleken ook niet al te ver van Kamp Westerbork te verblijven, dus onttrokken Tom en ik ons aan het groepsproces om daarnaartoe te wandelen.

DSCN0543

IMG_0891

Eerst liepen we het Melkwegpad, met goedbedoelde jaren zeventig-educatie over planeten én deze toffe dingen:

DSCN0544

DSCN0545

“Zeg eens wat!”
“Wat?”
“Ja, dat!”

Ze hadden ze ook in het groot:

DSCN0546

DSCN0547

DSCN0551

We maakten een moeizame selfie met een gewone camera (telefoons moesten uit vanwege de storing enzo).

En toen kwamen we bij het daadwerkelijke kamp, waar verder weinig van over is, maar waar je je toch alles bij voor kunt stellen. En voor het contrast waren er overal prachtige paarse bloemen.

DSCN0552

DSCN0553

DSCN0556

DSCN0557

DSCN0558

DSCN0559

DSCN0561

Op de terugweg was er weer tijd en ruimte voor wat lichter amusement…

DSCN0565

De volgende dag gingen we alweer naar huis, maar wel met een mooie omweg door Drenthe. We stuitten per ongeluk op hunebedden en een vlindertuin!

IMG_0911

IMG_0909

IMG_0913

IMG_0914

(en een mooie oude boom)

IMG_0915

IMG_0906

Buiten de vlindertuin, die binnen was, hadden ze ook al allemaal vlinderbloemen neergezet.

Maar binnen was het het mooist:

IMG_0922

IMG_0934

IMG_0938

IMG_0939

IMG_0940

IMG_0945

Hier werden nieuwe vlinders gemaakt…

IMG_0947

IMG_0949

Zonder vlinder, maar ook mooi.

IMG_0950

Soms kwamen ze per twee, maar dan waren ze meteen minder scherp.

IMG_0952

IMG_0956

IMG_0958

IMG_0959

Mooi hè?