Nationale rouw en waarom ik daar niet aan meedoe

Afgelopen woensdag was een dag van nationale rouw. Dat kan je niet ontgaan zijn. Ik kampte meteen ’s ochtends al met een ongemakkelijk gevoel. Dat kan je, als je mij een beetje volgt op Facebook en/of Twitter ook niet ontgaan zijn. Ben ik dan zo bot en ongevoelig? Welnee! Ook ik kan de omvang van de ramp nauwelijks bevatten. Ook ik ken mensen die mensen kennen die… Ook ik word haast misselijk als ik denk aan de nabestaanden die moeten zien hoe hun familieleden dagen liggen te wachten in een open veld of in een trein. Nee, ik ben niet bot, afgestompt of ongevoelig. Echt niet.

Toch werd ik recalcitrant van de dag van nationale rouw, ik kreeg bijvoorbeeld zin om grappen te maken. Maar dat deed ik niet, want dat zou ongepast zijn. En daar zit meteen een van mijn struikelblokken: op een dag van nationale rouw (of anderszins bij herdenkingen, want op zich had ik nog nooit eerder een dag van nationale rouw meegemaakt) lijkt het wel een wedstrijdje ‘wie kan het beste en oprechtste rouwen’. Om vervolgens iedereen die niet aan jouw maatstaf voldoet neer te sabelen.

Ik moet hierbij meteen toegeven dat mijn wereldbeeld gekleurd is door wat ik op Twitter langs zie komen en iemand op Facebook wees mij er zeer terecht op dat dat geen maatstaf is. Dat klopt, en gelukkig maar. Het is echter wel enigszins een graadmeter van hoe de mens in elkaar steekt, en tja, dat geeft geen mooi beeld.

Ik zei al dat ik geneigd was grappen te maken. Dat doe ik altijd, ook als de situatie waarin ik me bevind ronduit somber/treurig/kut is. Eigenlijk kan ik stellen dat, hoe zwartgalliger de situatie is, hoe beter mijn grappen worden. Toen mijn moeder dood ging, had ik zo De Kleine Komedie in gekund, maar echt. Dat is mijn manier van dealen met leed, maar dat mag niet. Dat is ongepast.

Goed, tot zo ver mijn afkeer van wat anderen allemaal vinden. Verder denk ik ook dat rouw en verdriet puur persoonlijk zijn. Weinig emoties lenen zich, in mijn ogen, slechter om publiek te beleven. Je kunt immers niet voelen wat de ander voelt. Medeleven komt al heel gauw voort uit projectie: mensen rouwen niet daadwerkelijk om de zojuist overledenen, maar om hun eigen doden, verlorenen of weggelopen kat van de buren. Dat geeft helemaal niet, ik denk zelfs dat projectie nodig is om dat gevoel van medeleven en –lijden te kunnen hebben. Waarschijnlijk tilt dat ons als mens boven de andere zoogdieren uit. Maar het betekent ook dat iedereen om zijn eigen verdriet rouwt en ik vraag me af of je daar dan dus een publiekelijk, nationaal zelfs, evenement van moet maken. Rouwen kun je altijd en overal, daar heb je geen straat met halfstokke vlaggen voor nodig.

‘Ja maar het is een manier om te laten zien dat je meeleeft! Dat je betrokken bent!’

Ik mag toch potverdikke hopen dat iedereen betrokken is, dat een afschuwelijke ramp als deze je niet onberoerd laat! Wat mij betreft is dat een gegeven, daar hoef je dus geen publieke uiting aan te geven. Iedere vorm van publieke rouw, of dat nu een vlag halfstok, een aangepaste profielfoto of een erehaag langs de snelweg is, is mijns inziens ook een milde vorm van zelfverheerlijking: ‘Zie je wel dat ik het ook heel erg vind. Zien jullie dat ik er ook bij hoor. Ik had vorige maand samen met jullie oranje vlaggetjes opgehangen en nu leg ik samen met jullie bloemen en knuffelbeertjes neer.’

Zoals ik het nu breng, klinkt het alsof ik vind dat deze mensen niet oprecht zijn in hun gevoelens, maar dat is het niet. Het is ook niet dat ik op hen neerkijk. Het is alleen dat ik me er zo verdomd ongemakkelijk bij voel. En dat ik er slecht tegen kan dat me dit van bovenaf opgelegd wordt. Je kunt namelijk op een dag als deze niet niet rouwen. En ik heb nu eenmaal een mild autoriteitsprobleem. En moeite met collectiviteit.

Waar het me aan doet denken, is de verplichte minuut stilte die we vaak bij korfbalwedstrijden moeten houden bij minder grote rampen. Je hebt geen keuze: je kunt moeilijk als enige wel gaan staan praten, maar ik wil graag zelf uitmaken of ik iets belangrijk genoeg vind om ‘bij stil te staan’. Of in ieder geval wil ik graag zelf het moment bepalen. En dat kan allemaal niet. Net zo min als op een dag van nationale rouw. Dus ik stel voor dat we er met z’n allen voor zorgen dat er geen redenen meer komen om zo’n dag te houden. Dat scheelt een hoop ellende.

‘Plaatjes voor Facebook om te delen’

Nog heel even en Facebook is het nieuwe Hyves, met glitterplaatjes en al. Er bestaan zelfs accounts die louter en alleen in het leven geroepen zijn om mensen te voorzien van gedachtes die ze zelf blijkbaar niet hebben. Een voorbeeld daarvan is ‘Plaatjes voor Facebook om te delen‘ – catchy naam joh!

Soms zie ik versjes (gedichten kun je het niet noemen), aforismen en tegeltjeswijsheden langskomen in mijn tijdlijn, meestal voorzien van een toepasselijk plaatje. Ik was benieuwd naar de bron van deze tijdlijnvervuiling en nam een kijkje. De inhoud van de pagina bestaat voornamelijk uit twee soorten plaatjes. De eerste categorie bestaat uit schattige poezen, geinige kuikentjes en vroegwijze kinderen die je, afhankelijk van het moment van de week een fijne middag, een gezellig weekend of een prettige maandag toewensen. De tweede categorie bestaat uit zweverige duiven, transcendente kaarsen en meditatieve golven waar een tekst overheen is getypt over dode moeders, vrienden met kanker of anderszins ongelukkige types. Met natuurlijk als kern van de boodschap dat we nog zullen ophouden met aan hen denken. Ofzo.

Blijkbaar is er een markt voor deze plaatjes. Blijkbaar vinden mensen het nodig om te laten weten dat ze hun dode konijn voor altijd in hun hartje zullen dragen, ook al is het al vijfentwintig jaar geleden dat het beestje de pijp uit ging. En blijkbaar beschikken juist de mensen die hier kond van willen doen niet over eigen middelen om dit op enigszins acceptabele wijze uit te drukken. En langzaam slibt Facebook dus dicht met dit soort berichten.

Wellicht had je al begrepen dat ik hier niet per se heel gelukkig van word. Maar ik wil niet elitair, hautain, snobistisch of wat dan ook zijn en hé, Facebook is van iedereen. En ik hóef niet alles te lezen (dat ik nu eenmaal obsessief alle letters lees die mij ter oge komen, zelfs die op het etiket van een pindakaaspotje, is mijn probleem, daar kunnen al die mensen niks aan doen).

Waar wel het stoom van uit mijn oren komt, zijn de vergelijkbare berichtjes die een tekst op beschuldigende toon bevatten, zoals: “Ik weet dat 96% van mijn vrienden die dit bericht lezen dit niet zullen delen. Als je enig hart in je donder hebt en niet onverschillig bent, dan deel jij dit kaarsje wel, voor alle mensen die … (vul hier een nare ziekte dan wel doodsoorzaak dan wel missend familielid in).” Ik maak verdorie zelf wel uit of ik ergens om geef en ik maak nondedju nog zelver wel uit hoe ik daar uiting aan geef! Val me niet lastig! Ga weg!

Langzaam maar zeker wordt Facebook dus het nieuwe Hyves. Facebook is inmiddels de hangout voor alle tantes en buurvrouwen van Nederland en ik ben langzaam aan het afhaken. Of nou ja, ik erger me vaker dan goed voor me is, dus overweeg ik af te haken. Als iemand een mooi alternatief in de aanbieding heeft, dan houd ik me aanbevolen.