Het uit de hand gelopen gedachte-experiment van Van der Meer

Nog niet zo heel lang geleden werd ik op Twitter uitgemaakt voor ‘hyperfeminist’. Ik weet nog steeds niet zo goed of ik dit als geuzennaam moet zien of als een belediging, maar neem het in ieder geval mee in uw overwegingen als u onderstaande leest.

Ik heb me nogal opgewonden over twee artikelen die dit weekend in twee van onze kwaliteitskranten verschenen. Het eerste was een interview in Trouw met Peter Lloyd, waarin hij beweert dat ‘echte gelijkheid de grootste nachtmerrie is van feministen’. Hij schreef een ‘even ludieke als serieuze overlevingsgids voor de moderne man’ en mag op basis daarvan een paar rare dingen zeggen over de achterstelling van mannen in de huidige maatschappij. Lees het anders zelf maar even, u zult lachen.

Maar toen las ik in De Volkskrant het stuk ter introductie van het nieuwe boek van Myrthe van der Meer, over het ‘aanschaffen en houden van een man’, waarin de man vergeleken wordt met een, ik durf het nauwelijks neer te typen, huisdier. Leest u dit vooral ook even, maar beperkt u tot de inleiding, dan weet u genoeg. Ik las de rest van het artikel voor u en ik wil u graag de blaartrekkende humorloosheid verder besparen.

Van der Meer laat met één artikel zien dat Lloyd eigenlijk best een punt heeft en doet daarmee, wat mij betreft, jaren van ‘strijd’ teniet en diskwalificeert zich voor iedere eventuele serieuze opinie ten aanzien van het feminisme. Ik wind me bovenmatig op als vrouwen neergezet worden als domme gansjes, maar ik heb ook nauwelijks maaginhoud genoeg om me door een stuk heen te braken dat de man neerzet als sullige hond. En wat is precies het verschil? Waarom zou het een wel gerechtvaardigd zijn en het andere niet?

Natuurlijk kun je stellen dat mannen vooralsnog in een wat gunstiger machtspositie zitten en dat het altijd beter is om naar boven dan naar beneden te trappen, maar laten we wel wezen: dat is wel een heel slappe verantwoording.

Het stuk van Van der Meer is aanmatigend voor zowel de weldenkende man als vrouw en het was wijs geweest als ze het bij een gedachte-experimentje had gehouden. Gewoon gezellig kletsend met haar vriendinnen, bij een wijntje op een terrasje. Want zo doen vrouwen dat. Toch?

Brief aan De Volkskrant – 2

Ik vond het tijd voor een knuppel in het hoenderhok en schreef onderstaande brief aan De Volkskrant. Ik weet nog niet of hij geplaatst wordt, maar zo niet, dan hebben jullie hem in ieder geval gelezen.

Hoewel ik erg voor opwaartse sociale mobiliteit ben en ik vind dat iedereen de kansen moet krijgen die hij verdient, ben ik het ook echt eens met Jet Bussemaker (Ten eerste, 6 juni): niet iedereen hoeft naar de universiteit. Ook niet iedereen met een vwo-diploma.
Waarom dat niet? Omdat er op het vwo heel veel leerlingen zitten die helemaal geen wetenschappelijke instelling en/of capaciteiten hebben en dus weliswaar voorbereidend wetenschappelijk onderwijs genieten, maar helemaal niet op hun plek zijn op een universiteit. Natuurlijk waren die er altijd al, maar het worden er steeds meer. Door Cito-training op de basisschool, en bijles en examenbegeleiding op de middelbare school, zijn steeds meer leerlingen in staat om een vwo-diploma te halen. Daar kun je ook weer van alles van vinden, maar dat is een kwestie die elders aangepakt moet worden. Dat niet al deze leerlingen naar de universiteit moeten willen, lijkt me evident. Er is niks mis met een hbo’er met een gedegen theoretische basis.

Brief aan De Volkskrant

Ik schreef een brief naar De Volkskrant en deze werd geplaatst. Zoiets vervult me, wellicht onterecht, met kinderlijke trots. 
Jammer genoeg was de brief te lang en moest de redactie erin knippen. Nog jammerder genoeg verdween daardoor mijn laatste alinea, die ik nou juist zo goed vond. Hieronder vind je de brief in zijn geheel:

Na het lezen van de brief van Willem-Otto van Soest (van zaterdag 31 mei) werd ik eerst overvallen door medelijden met de scholier die hij ooit geweest is: je zou inderdaad als eerste kennismaking met de literatuur maar met De komst van Joachim Stiller om je oren geslagen worden. Ik kan me voorstellen dat dit een reden is om heel lang geen boek meer aan te raken, het is immers nogal taaie kost voor een beginnend lezer.

Zijn pleidooi echter om dan maar boeken van Stephen King, J.K. Rowling en Dan Brown op de literatuurlijst voor Nederlands (althans, ik neem aan dat hij het daar nog steeds over heeft) te zetten, stuit me tegen de borst. Allereerst kun je van de door hem genoemde auteurs afvragen wat precies het literaire gehalte is, maar dat is een andere discussie. Ten tweede zijn dit auteurs die hun boeken in het Engels schrijven en daarmee zichzelf spijtig genoeg diskwalificeren voor de Nederlandse literatuurlijst.

De opmerking van Van Soest gaat uit van de misvatting dat lezen ook op school alleen maar ‘leuk’ moet zijn. Waarom?! Wiskunde is toch ook niet alleen maar ‘leuk’ puzzeltjes oplossen en “Ach, laat die SOS, CAS en TOA verder maar zitten, want nee, dat is niet echt leuk voor jullie, hè”? Bij geschiedenis vertellen we toch ook niet alleen maar de spannende verhalen en laten we de moeilijke verbanden weg, omdat het anders ‘niet meer leuk’ is?

Natuurlijk, ik ben me ervan bewust dat er in het verleden te vaak te moeilijke boeken aan leerlingen zijn opgelegd. Ik moest in 6 gymnasium ook In de Bovenkooi van Biesheuvel lezen en begrijp daar tot op de dag van vandaag nog steeds helemaal niks van. Daar werd en wordt (nog steeds) de plank vaak misgeslagen. Op de school waar ik werk, maken we binnen de sectie Nederlands sinds kort echter gebruik van de site lezenvoordelijst.nl: een mooi initiatief van onder andere de Rijksuniversiteit Groningen om zowel boeken als lezers op niveau in te delen. Een niveau 1-lezer, die eigenlijk niet van lezen houdt, nog zeer onervaren is en al moeite heeft met af en toe een sprong in de tijd, laat je niet beginnen met het lezen van De Asielzoeker van Grunberg (niveau 5). Een leerling die echter al ervarener is, verbanden kan leggen tussen verschillende boeken en ervan houdt om na te denken over de mogelijke achterliggende gedachtes van de schrijver, moet je niet meer lastig vallen met Echte mannen eten geen kaas van Mosterd (niveau 1), want ook dan maak je leerlingen het lezen tegen.

Ik zal niet beweren dat ál mijn leerlingen sinds dit jaar met plezier lezen, echt niet. Maar dat hoeft ook niet. Lezen moet je leren en van lezen kun je leren. Door leerlingen op het juiste niveau in te schalen, daar te laten beginnen en langzaam verder te brengen, kun je dat bewerkstelligen. En daarvoor hebben we auteurs als King, Rowling en Brown echt niet nodig. Die lees je maar in je eigen tijd.